Ik neem nog wat wijn om,
mijn lijf te vergenoegen genoeg
is het nooit.
Mijn hand of
jouw hand, zinkt diep
onder een rokje.
Er klinkt protest.
Ik ben koning van niets,
heerser over alles, toch
geen meester over
het eigen lichaam.
Nu,
zwijgend aan de deur,
luisteren, wachten,
tot mijn noodlot aanklopt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten